Theorie van de vruchtbaarheid - een hormonaal verhaal
De natuurlijke voortplanting van de mens wordt gestuurd en geregeld door onze hormonen-huishouding. Hormonen zijn stoffen die door een klier of bepaalde lichaamscellen worden afgescheiden en via het bloed elders in het lichaam een orgaan bereiken om daar een boodschap af te leveren. Ze leveren het signaal waardoor dat orgaan een bepaalde taak zal uitvoeren. Zowel bij de man als bij de vrouw wordt het productieproces en de rijping van geslachtscellen (zaad- of eicellen) gestuurd door (dezelfde) gonadotrofines, d.w.z. hormonen die de voortplantingsorganen (gonaden) opzoeken.
In de fertiliteitsgeneeskunde gebruiken we onze kennis van de werking van die hormonen (zie ook
gebruikte hormoonpreparaten) om de de bevruchtingskansen te verbeteren.
GnRH: gonadotrofine releasing hormone. Brengt de productie van de gonadotrofines LH en FSH op gang.
FSH: follikelstimulerend hormoon. Brengt in de eierstokken de follikels tot ontwikkeling, zorgt in de zaadballen voor de aanmaak van zaadcellen.
LH: luteïniserend hormoon. Lokt de eisprong uit, maar zorgt er ook voor dat eierstok en zaadbal mannelijk hormoon (testosteron) aanmaken.
Zowel bij de man als bij de vrouw resulteert de boodschap van de gonadotrofines in de aanmaak van hormonen in de geslachtsorganen:
- oestrogenen en progesteron: typisch vrouwelijke geslachtshormonen;
- testosteron: typisch mannelijk geslachtshormoon.
Bij zwangerschap wordt nog één hormoon aangemaakt door de moederkoek (placenta):
hCG: humaan chorion gonadotrofine of zwangerschapshormoon, ondersteunt onrechtstreeks de evolutie van de zwangerschap.