Spermaonderzoek
De spermatesten dienen om uit te maken hoe het gesteld is met je zaadproductie en zaadkwaliteit. Ze zijn gebaseerd op de analyse van een spermastaaltje en worden uitgevoerd in het laboratorium andrologie.
Het spermastaaltje kan je ter plaatse produceren (in een apart kamertje in het CRG) of meebrengen van huis (zie
praktisch). In dat laatste geval is het cruciaal voor de betrouwbaarheid van de testresultaten dat je het staaltje
binnen het uur op het laboratorium afgeeft en in de tussentijd op lichaamstemperatuur bewaart. Het is ook belangrijk dat je het volledige ejaculaat opvangt. Als dat niet gelukt zou zijn, moet je dat melden.
De resultaten van de tests worden op consultatie door de arts van het CRG met jou besproken.
Routinezaadanalyse
Dit sperma-onderzoek behoort tot de 'routine', d.w.z. dat het wordt uitgevoerd voor elke man die in het CRG op consultatie komt voor een vruchtbaarheidsprobleem.
|
Het schema van Comhaire (klik erop voor een vergroting) |
Het onderzoek verloopt volgens de strikte methodologie van het WHO, met standaard voorwaarden voor het opvangen van het ejaculaat, de aflevering ervan in het laboratorium en de daar te volgen procedure. De verschillende stappen daarin kunnen afgelezen worden uit het schema van Comhaire. Zie ook
zaadkwaliteit voor de parameters waaraan een 'normaal vruchtbaar zaadstaal' volgens de WHO-normen moet voldoen.
Wat levert het routinezaadonderzoek op?
- Een bepaling van het aantal zaadcellen in het ejaculaat (de concentratie).
- Een beweeglijkheidsanalyse van de zaadcellen (de mobiliteit).
Die twee bepalingen gebeuren in de telkamer.
- Via een uitstrijkje worden de vorm en het uitzicht van de zaadcellen geëvalueerd.
- Ook de vitaliteit van de zaadcellen wordt gecheckt: hoeveel procent levende zaadcellen bevat het staaltje? Niet alle onbeweeglijke zaadcellen zijn ook dode zaadcellen.
- Verder is het volume van het ejaculaat is belangrijk, met twee milliliter als minimum.
- Daarnaast wordt de zuurtegraad van het staaltje gemeten (pH) en wordt de consistentie (viscositeit) ervan beoordeeld.
- Het aantal witte bloedcellen wordt bepaald (peroxidasetest): een te grote aanwezigheid kan wijzen op een infectie. In dat laatste geval wordt het semen in cultuur gebracht om de infectie op te sporen en eventueel medicatie voorgeschreven om ze te remediëren.
| | Links: het zaad wordt vanuit het potje in de telkamer gebracht.
Rechts: zaadcellen tellen onder de microscoop. |
| | Links: telraampje voor zaadcellen.
Rechts: zaadcellen aangekleurd om hun vorm te beoordelen. |
Anderte tests
Acrosoomreactietest (ARIC)
Een 'acrosoomreactie' is wat een zaadcel moet vertonen als hij de eicel ontmoet: er komen dan biochemische stoffen vrij die hem toelaten om de eicel te penetreren. Deze test gaat na of de zaadcellen in het onderzochte staal die acrosoomreactie ook vertonen. Het is een gespecialiseerde test die moeilijk te standaardiseren is en daarom louter in het kader van onderzoek gebeurt.
Biochemische zaadmerkers (fructose en alfa-glucosidase)
Deze test wordt gebruikt om bij azoöspermie na te gaan waarom het zaadvocht geen zaadcellen bevat. Dat hoeft immers niet te betekenen dat er geen aangemaakt of gerijpt zijn, ze kunnen onderweg zijn tegengehouden: ofwel ter hoogte van de zaadblaasjes en prostaat, waar het zaadvocht wordt aangemaakt; ofwel op weg daarheen, in de bijbal of de zaadleiders.
De test is gebaseerd op de wetenschap dat semen biochemische en voedingsstoffen bevat of meekrijgt: alfa-glucosidase vanaf de bijbal; fructose tijdens de passage door de zaadblaasjes. Door het gehalte van elke stof in het zaadvocht meten, kan het laboratorium mee helpen bepalen waar zich mogelijk een verstopping voordoet.
Capacitatietest
In het kader van een fertiliteitsbehandeling wordt bij het zaadonderzoek vaak een test gedaan om na te gaan in hoeverre het mogelijk is om uit het zaadstaal die zaadcellen af te zonderen met de beste beweeglijkheid.
Computergestuurde beweeglijkheidanalyse van zaadcellen (CASA)
Deze test - die vooral met het oog op onderzoek gebeurt - vormt een meer verfijnde aanvulling op de beweeglijkheidsanalyse uit het routinezaadonderzoek en wordt uitgevoerd via een computer.
Elektronenmicroscopie
Soms moet een onderzoek met de elektronenmicroscoop gebeuren om uitsluitsel te kunnen geven over een bepaald fenomeen. Dat is bijvoorbeeld het geval als een zaadstaal alleen onbeweeglijke zaadcellen bevat, maar wel allemaal levende. Mogelijk is dat een indicatie voor het (zeer zeldzame) 'carthagenersyndroom', waarbij de staarten van de zaadcellen niet kunnen bewegen. Alleen een elektronenmicroscoop kan de oneindig kleine structuren die voor beweging zorgen zichtbaar maken.
FISH-analyse op spermatozoa Met deze gespecialiseerde test (FISH staat voor fluorescentie in-situ hybridisatie) wordt een beperkte chromosoomanalyse gemaakt van de zaadcellen: bij wijze van steekproef worden een drietal chromosomen aan een minutieuze analyse onderworpen. De test gebeurt louter in het kader van onderzoek en op basis van bepaalde indicaties, bv. als er veel abnormale embryo's ontstaan uit de IVF-bevruchting van een paar.
Hypo-osmotische zwellingstest (HOS-test)
De HOS-test is een gespecialiseerde vitaliteitstest die moet uitmaken of de onbeweeglijke zaadcellen in een ejaculaat ook dode zaadcellen zijn. Hij wordt uitgevoerd als het zaadvocht oneigenlijk veel onbeweeglijke cellen bevat, meestal louter voor onderzoeksredenen, soms ook op basis van klinische indicaties. Door de zaadcellen in een preparaat te brengen dat arm aan moleculen is, gaan ze zwellen en ontzwellen. Door dat preparaat met eosine (een rode ontsmettingsstof) te kleuren, zie je welke zaadcellen het vocht opnemen en welke ze afstoten (dus niet rood kleuren). Die laatste zijn de vitale, levende zaadcellen.
Overlevingstest van de zaadcellenDeze test - die louter met het oog op onderzoek gebeurt - vormt een aanvulling op de vitaliteitsanalyse van het routinezaadonderzoek. De zaadcellen worden in een vloeistof gebracht om te evalueren hoe lang ze blijven leven.
MAR-TEST De
Mixed Anti-globulin Reactietest hoort in principe bij de routinezaadanalyse, maar wordt toch niet altijd in de routine opgenomen. Hij dient om na te gaan of de man geen antilichamen aanmaakt tegen zijn eigen zaadcellen (zie
immunologisch onderzoek).
Zaadcellen met antistoffen binden zich aan latexpartikels.