Wat doen we?  Onderzoeken vrouw


Hormonaal onderzoek


De hormoonanalyses gebeuren volledig
geautomiseerd.
Elk hormonaal onderzoek is uiteraard een bloed-onderzoek. Daarvoor moet je een bloedstaaltje afleveren.
Omgekeerd: niet elk bloedonderzoek dient hormonale doeleinden: soms wordt het bloedstaaltje gebruikt voor immunologische of genetische tests. Het formulier preliminaire onderzoeken geeft een goed overzicht van de verschillende stoffen die via een bloedonderzoek kunnen worden gemeten.
Hormonale stoornissen kunnen zich enerzijds voordoen ter hoogte van de hersenen, anderzijds ter hoogte van de geslachtsorganen, de bijnieren of de schildklier. In het eerste geval zal de hormonale stoornis automatisch leiden tot een verstoring van de menstruatiecylus (rijping eicel tot en met de ovulatie). In het tweede geval kan er ook een effect zijn op de kans tot innesteling van een eventueel bevrucht embryo.
Een standaardonderzoek bij je eerste consultatie in het CRG is daarom de bepaling van je hormonaal profiel (als dat nog niet elders is gebeurd) .
 
Hormonaal profiel [bloedprik | Polikliniek, zie ook Praktisch]
Deze basistest wordt aan het begin van de menstruatiecyclus gepland, tussen dag 2 en dag 4.

Meer bepaald wordt het gehalte van de verschillende hormonen gemeten die de eicelrijping op gang moeten brengen of hierbij worden afgescheiden: FSH, LH (vanuit de hersens) en oestradiol (een oestrogeen dat in de eierstokken wordt geproduceerd).

Andere hormonale waarden die worden gemeten zijn progesteron, testosteron, androsteron,... Die laatste twee kennen we weliswaar als mannelijke hormonen, maar ze komen ook bij de vrouw voor en worden geproduceerd door hetzij de eierstokken, hetzij de bijnieren.

  • Bijnierhormonen

De hormonale productie ter hoogte van de bijnieren kan dus je normale vruchtbaarheid verstoren. Meer bepaald leidt een teveel aan mannelijke hormonen tot verstoring van de eicelrijping. Vandaar dat in de bloedanalyse het gehalte van hormonen als DHEA-sulfaat, testosteron en androsteron worden gemeten.

  • Stresshormoon 

Verder wordt op prolactine geprikt, omdat van dit 'stresshormoon' geweten is dat het je normale vruchtbaarheid kan verstoren. Het gehalte ervan wordt sterk bepaald door externe omstandigheden: plotse gewichtstoe- of afname, jachtig of ongeregeld leven, stress... Het stijgt bijvoorbeeld als je gegeten hebt, reden waarom je voor het bloedonderzoek best nuchter bent.
Als een hoog prolactinegehalte wordt gemeten, moet daarom verder worden nagegaan wat de oorzaak daarvan kan zijn. Behalve de hoger genoemde externe factoren kan soms een klein gezwelletje in de hypofyse (een prolactinoom) aan de basis liggen van een hoge productie. In dat laatste geval is behandeling aangewezen, wat doorgaans gebeurt op basis van medicatie. 

  • Schildklierhormonen

En ook in de schildklier kunnen zich hormonale storingen voordoen, met een mogelijke weerslag op je vruchtbaarheid. Niet alleen heb je dan minder kans op zwanger worden, maar je loopt ook meer risico op een miskraam. Daarom voorziet het routine-bloedonderzoek ook in de meting van het gehalte aan Thyroid T4, een hormoon dat door de schildklier wordt geproduceerd.

Top