Komt een buitenbaarmoederlijke zwangerschap vaker voor bij IVF? Voor een vrouw die op de natuurlijke manier zwanger raakt, bedraagt de kans op een buitenbaarmoederlijke zwangerschap één procent. Voor een vrouw die zwanger wordt via IVF is die kans niet groter, tenzij ze een beschadiging heeft aan de eileider(s).
Dat de IVF-behandeling op zich toch tot een buitenbaarmoederlijke zwangerschap kan leiden, hoeft geen verwondering te wekken. Hoewel bij de transfer de embryo's zorgvuldig in de baarmoeder worden geplaatst, zullen ze zich niet meteen aan de baarmoederwand hechten. Dat verklaart waarom ze soms toch nog migreren naar de eileider en daar tot ontwikkeling komen. De zwangerschap moet in dat geval worden onderbroken (zie
onderbreking buitenbaarmoederlijke zwangerschap).
Hoe weten we zeker dat de embryo's die in de baarmoeder worden geplaatstde ónze zijn?
Het CRG hanteert strenge en betrouwbare procedures voor de identificatie van eicellen, zaadcellen en embryo's. Sinds april 2005 heeft het daavoor een
ISO 15189 accreditering gekregen.
Er wordt geen enkel risico genomen. Zo controleren in het laboratorium altijd twee personen onafhankelijk van elkaar de precieze herkomst van de cellen en embryo's. In de loop van uw behandeling wordt ook veelvuldig naar je naam geïnformeerd: je weet nu meteen waarom dat is. In de praktijk zijn vergissingen, lees: verwisselingen, eigenlijk uitgesloten.
Is het invriezen van embryo's voor later gebruik wel verstandig?
De nieuwe wetgeving over geassisteerde bevruchting en alles wat daarbij komt kijken, bepaalt dat je vóór het begin van je behandeling moet beslissen wat er met de boventallige embryo's moet gebeuren. Dat zijn de embryo's die uit je behandeling zijn ontstaan, maar die je niet nodig hebt gehad voor de terugplaatsing. In het contract "Overtallige embryo's" moet je te kennen geven of je ze laat invriezen of niet. Doe je dat wel, dan moet bij een eventuele volgende IVF-poging of als je nog een kind wilt, éérst dat ingevroren materiaal aangesproken worden. Vandaar de vraag: is het invriezen van embryo's wel veilig voor de vrucht en/of interessant vnauit het oogpunt van de behandeling? Wat het eerste betreft: uit niets blijkt dat uit ingevroren embryo's meer baby's met afwijkingen voortkomen. Maar op het niveau van de behandeling is het een feit dat niet alle embryo's het invriezen overleven en dat zij die daar wel in slagen een kleinere kans hebben dan 'verse' embryo's om zich in te nestelen in de baarmoeder en uit te groeien tot een kind.
Daarnaast is er nog een emotioneel-psychologisch aspect. Want in het contract moet je ook bepalen wat je na vijf jaar met de ingevroren embryo's zal doen als je ze zelf niet nodig hebt gehad: wegschenken (donatie), vernietigen of bestemmen voor wetenschappelijk onderzoek. Misschien krijg je daar achteraf moreel moeite mee, i.h.b. als de IVF-behandeling geleid zou hebben tot de vervulling van je kinderwens.
Tot slot: als de kans reëel is dat je zou beslissen om telkens vers materiaal te gebruiken (omdat de slaagkans dan groter is) heeft het geen zin om in het contract "Overtallige embryo's" te kiezen voor invriezen en bewaren. Wettelijk ben je immers verplicht om eerst de ingevroren embryo's te gebruiken voor je aan een nieuwe poging met vers materiaal mag beginnen.
WAT GEBEURT ER MET ONS INGEVROREN GENETISCH MATERIAAL ALS ONZE PERSOONLIJKE LEVENSOMSTANDIGHEDEN WIJZIGEN?
Aan het begin van de vruchtbaarheidsbehandeling moeten jullie een contract ondertekenen waarin jullie beslissen wat er met het ingevroren genetisch materiaal moet gebeuren als jullie het niet meer nodig hebben. Dat geldt ook als je als man spermacellen hebt laten invriezen die in het kader van de behandeling via een ingreep werden verzameld.
Als je kinderwens vervuld is of als je afziet van verdere behandeling heb je de keuze tussen het materiaal afstaan voor donatie, het laten vernietigen of het bestemmen voor wetenschappelijk onderzoek.
Echter, als je persoonlijke situatie verandert terwijl je het genetisch materiaal in principe nog nodig kan hebben, gelden andere regels. De nieuwe wetgeving (2007) over geassisteerde bevruchting en alles wat daarmee samenhangt, bepaalt dat je ook dáárover vooraf moet nadenken, en je beslissing kenbaar maken in het toestemmingscontract. Dus als je in de loop van de behandeling uit de echt zou scheiden of als één van beide partners zou komen te overlijden, hangt het van jullie contractuele beslissing af wat er met het bewaarde materiaal gebeurt en of de ene partner er na het overlijden van de andere partner nog aanspraak op kan maken. Zo lang de afgesproken bewaartijd loopt kunnen jullie jullie beslissing herzien, maar dan wel eensgezind: elke herziening moet door beide oorspronkelijke partners ondertekend zijn.
Komen afwijkingen meer voor bij IVF-kinderen dan bij gewone kinderen?
De kinderen die door IVF in het CRG van UZ Brussel zijn verwekt, worden door het
Centrum voor Medische Genetica (CMG) onderzocht als ze twee maanden, één jaar en twee jaar oud zijn. Bij ongeveer drie procent worden afwijkingen vastgesteld. Dat percentage correspondeert niet alleen met dat van andere bekende IVF-centra, maar ook met het percentage afwijkingen bij kinderen die op een natuurlijke manier zijn verwekt. Niets wijst dus op een verhoogd risico.
Wel is het voor sommige nieuwe technieken die in het spoor van IVF zijn ontstaan nog te vroeg om duidelijke conclusies te trekken. Daarvoor ontbreekt het aan voldoende cijfermateriaal. Zo brengt ICSI op het eerste gezicht geen extra gevaar voor afwijkingen mee, maar absoluut zeker is dat nog niet.